Voor veel beleggers in Nederland is een bankrekening nog altijd de standaardplek om spaargeld aan te houden. Of het nu gaat om een spaarrekening of om bankgebonden beleggingsproducten: het rendement blijft vaak achter bij wat mensen eigenlijk zoeken.
Alternatieven zijn beleggingsmaatschappijen zoals Yieldfund, die hogere rendementen bieden. Toch weten maar weinig mensen hoe ze toegang krijgen tot dit soort partijen of waarom ze een goed alternatief kunnen zijn.
De kern van het verschil zit in het businessmodel: banken bieden doorgaans bescheiden jaarlijkse rendementen die gekoppeld zijn aan de rentestanden van de Europese Centrale Bank, terwijl beleggingsmaatschappijen kapitaal inzetten in markten met bewezen strategieën.
Laten we de belangrijkste verschillen tussen banken en beleggingsmaatschappijen bekijken vanuit het perspectief van Nederlandse beleggers en hoe ze zich tot elkaar verhouden.
Misvattingen over rendement
Banken zijn al decennialang het favoriete financiële instrument. Dat is logisch: ze zijn makkelijk toegankelijk en diep verweven met het dagelijks leven. Om überhaupt te kunnen functioneren in de maatschappij heb je een bankrekening nodig, een telefoon te kopen en zelfs een lening te krijgen.
Beleggingsmaatschappijen daarentegen worden vaak gezien als complex en onbereikbaar. De hardnekkige misvatting is dat ze lastig zijn om mee te werken, hoge instapbedragen vereisen en dat de voorwaarden en terminologie moeilijk te begrijpen zijn. En dan zijn er nog de belastingen; voor nieuwe beleggers is het vaak onduidelijk hoe en waar zij belasting moeten betalen.
Toch is het cruciaal om te begrijpen hoe beide typen instellingen rendement genereren.
Nederlandse banken verdienen geld door spaargeld uit te lenen. Het geld dat je stort, wordt herverdeeld naar andere particulieren of bedrijven. De bank biedt spaarders bijvoorbeeld een rente van 3%, terwijl zij voor kortlopende leningen tot wel 12% in rekening brengt.
Beleggingsmaatschappijen investeren kapitaal rechtstreeks in de markt, vaak met behulp van goed presterende handelsalgoritmen. Hun rendement wordt bepaald door de prestaties van handelsstrategieën, assetallocatie en kwantitatieve modellen, en niet door centrale bankrentes.
De resultaten van beleggingsmaatschappijen hangen dus niet samen met monetair beleid, maar met de effectiviteit van hun strategieën.
Vergelijking van jaarlijkse rendementen
In Nederland zien veel mensen banken nog altijd als de enige optie om met kapitaal iets te doen. Nederlandse banken, net als banken elders, bieden doorgaans tussen de 1,5% en 3% rendement per jaar op spaarrekeningen. Zo blijkt dat ING in Nederland tot 1,25% rente biedt op traditioneel sparen, maar boven € 10.000 zakt dit naar 1%.
Beleggingsmaatschappijen bieden daarentegen aanzienlijk hogere rendementen, omdat ze prestatiegedreven zijn. Ze vertrouwen op handelsalgoritmen en strategieën die erop gericht zijn de markt te verslaan.
Data laat zien dat strategieën met een gemiddeld risicoprofiel in traditionele markten jaarlijks rond de 16% kunnen opleveren. Dat betekent dat hogere rendementen voor beleggers niet uitzonderlijk zijn, al gaan ze wel gepaard met risico’s.
Risico’s bij beleggingsmaatschappijen en banken
Hoe verhouden de risicoprofielen zich tot elkaar? Elke vorm van investeren brengt risico’s met zich mee, of het nu gaat om wanbetaling, tijdelijke waardeverliezen of externe factoren die je vermogen beïnvloeden.
Banken zijn lokaal gereguleerd en staan onder toezicht van de EU. In Nederland houdt De Nederlandsche Bank (DNB) toezicht, met als doel bankfaillissementen te voorkomen en deposito’s te beschermen tot € 100.000 per persoon. Dat betekent wel dat ongeacht hoeveel je spaart, de garantie op je tegoeden gemaximeerd is op dit bedrag.
Beleggingsmaatschappijen vallen onder een ander toezichtsregime. In Nederland staan zij onder toezicht van de AFM. Hoewel de AFM geen garantiestelsel biedt zoals bij banken, ziet zij erop toe dat bedrijven transparant zijn, correcte informatie verstrekken, gezonde balansen aanhouden en voldoen aan wet- en regelgeving.
Het risicoprofiel verschilt dus wezenlijk: banken zijn sterker door de overheid afgedekt, terwijl beleggingsmaatschappijen verplicht zijn om maximale transparantie te bieden naar beleggers toe.
Transparantie van investeringen
Banken en beleggingsmaatschappijen gaan fundamenteel anders om met kapitaal.
Wanneer je geld op een spaarrekening zet, geven banken geen volledig inzicht in hoe dat geld wordt ingezet. De onderliggende investeringsstrategieën blijven voor klanten grotendeels onbekend.
Beleggingsmaatschappijen moeten juist verregaande transparantie bieden. Ze delen winsten en verliezen met hun cliënten, informeren hen over genomen beslissingen en geven inzicht in de prestaties van de onderneming.
Inflatie versus reëel rendement
Inflatie speelt een cruciale rol voor beleggers: het bepaalt of je daadwerkelijk winst maakt of slechts voorkomt dat je geld aan waarde verliest.
Spaarrekeningen leveren vaak net genoeg op om de koopkracht te behouden. In Nederland ligt de inflatie rond de 2%, terwijl het gemiddelde in de eurozone ongeveer 2,3% bedraagt. Met een laag-risico-instrument zoals sparen blijf je nauwelijks voor op inflatie.
Beleggingsstrategieën zijn daarentegen gericht op het realiseren van reëel rendement. Met gemiddelde jaarlijkse opbrengsten van circa 16% presteren zij ruim boven inflatie. Die hogere rendementen brengen echter extra risico’s met zich mee, zoals tegenvallende markten of strategieën die niet aan de verwachtingen voldoen, wat tot verliezen kan leiden.
Beleggers moeten daarom hun doelen helder definiëren: gaat het om waardebehoud met minimale risico’s, of om vermogensgroei en winst op de lange termijn?
Het juiste investeringsinstrument kiezen
In Nederland concurreren banken en beleggingsmaatschappijen niet rechtstreeks met elkaar. Ze vervullen verschillende functies, en het is belangrijk te begrijpen hoe kapitaal effectief kan worden verdeeld.
Beleggers kunnen beide routes combineren om hun vermogen te spreiden en gecontroleerde blootstelling aan de markt te creëren. Banken zijn geschikt voor kapitaalbehoud, liquiditeit en kortetermijnbehoeften, zeker via goed renderende spaarrekeningen.
Beleggingsmaatschappijen zoals Yieldfund of vergelijkbare partijen met blootstelling aan crypto, aandelen of andere markten zijn daarentegen ontworpen voor vermogensgroei, diversificatie en langetermijndoelstellingen.