Nederland hervormt in 2028 het belastingstelsel voor beleggingen. Het fictieve rendement maakt plaats voor belastingheffing op basis van het werkelijke rendement. Vanaf 2028 worden beleggers in box 3 belast over hun ongerealiseerde waardestijgingen onder de Wet werkelijk rendement. Voor beleggers brengt deze omslag nieuwe uitdagingen met zich mee, vooral voor particuliere beleggers met beperkt kapitaal.
Inzicht in de box 3 Wet werkelijk rendement per 2028
Op 12 februari heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet werkelijk rendement voor box 3. De invoering staat gepland op 1 januari 2028. De wet introduceert nieuwe kaders met twee verschillende heffingsmethoden voor beleggers.
Onder de nieuwe regels geldt voor de meeste beursgenoteerde vermogensbestanddelen de vermogensaanwasbelasting. Dit betreft onder meer aandelen, obligaties en cryptovaluta. De Belastingdienst zal 36% belasting heffen over zowel gerealiseerde inkomsten (zoals dividend en rente) als ongerealiseerde waardestijgingen.
Stijgt je portefeuille in één jaar met € 10.000, dan bedraagt de verschuldigde belasting € 3600. Voor andere beleggingen, zoals vastgoed en aandelen in start-ups, gelden aparte richtlijnen. Waardestijging wordt hier pas belast bij verkoop van het activum, niet jaarlijks.
Impact op vermogensopbouw en beleggingen
Onder het huidige stelsel (2026) met een fictief rendement van 6% geldt een effectieve belastingdruk van 2,16% op beleggingen. Bij een gemiddeld jaarlijks rendement van 9% op een wereldwijd gespreide portefeuille blijft na belasting 6,84% over.
Vanaf 2028 wordt datzelfde rendement van 9% belast tegen 36%. Dat betekent een extra belastingdruk van 3,24 procentpunt. Het netto rendement daalt daarmee naar 5,76%. Vergeleken met het huidige minimale tarief betekent dit een stijging van de belastingdruk met ongeveer 50%.
Voor strategieën die draaien om het rente-op-rente-effect is dit een fundamentele verandering. Het belastingbedrag kan immers niet worden herbelegd. Over een periode van twintig jaar remt dit de vermogensgroei aanzienlijk. Wie bijvoorbeeld maandelijks € 500 investeert tegen 9% rendement, bouwt in twintig jaar circa € 333.943 op. Onder het nieuwe regime, waarbij effectief 3,24% extra wegvloeit naar belasting, groeit hetzelfde maandbedrag in twintig jaar tot ongeveer € 224.563.
Omgaan met ongerealiseerde winsten en beleggingsstrategieën
De belasting op ongerealiseerde waardestijgingen verandert de manier waarop beleggers hun portefeuille opbouwen en kapitaal alloceren. In Nederland zullen klassieke buy-and-holdstrategieën onder druk komen te staan, omdat de belastingaanslag ook gebaseerd is op papieren winst, ongeacht of er verkocht wordt.
Voor beleggers zonder extra liquide middelen kan dit financiële druk veroorzaken. Zij kunnen gedwongen worden om posities te verkopen om de belasting te voldoen of hun strategie aan te passen. De ingevoerde verliesverrekening biedt wel enige buffer. In jaren waarin markten dalen, betaal je geen vermogensbelasting en mogen verliezen worden verrekend met toekomstige winsten.
Dit beperkt het zogenoemde sequence-of-returns-risico, doordat de belastingdruk afneemt wanneer de portefeuille in waarde daalt. Wel geldt een beperkte verliesverrekening tot € 500 per jaar. Juist daarom wordt timing richting 2028 relevanter: beleggingen kunnen vóór invoering nog profiteren van een relatief lagere belastingdruk.
Strategische positionering richting 2028 en daarna
Vanaf 2028 zullen bepaalde strategieën die in de Verenigde Staten gangbaar zijn, minder effectief worden in Nederland. Nederlandse beleggers komen daardoor relatief op achterstand te staan, mede doordat spaar- en bankproducten beperkte rendementen bieden en hogere beleggingsrendementen tegen 36% worden belast.
Tegelijk ontstaat er een nieuw speelveld. Vastgoed en start-upinvesteringen worden pas belast bij verkoop, wat andere kansen creëert. Voor liquide beleggingen onder de vermogensaanwasbelasting verandert de verliesverrekening de manier waarop risico wordt beheerd. Volatiele activa zoals crypto, die voorheen fiscaal minder aantrekkelijk leken, kunnen interessanter worden wanneer verliezen toekomstige winsten compenseren.
Alternatieven met hogere en voorspelbare gerealiseerde rendementen spelen in op deze veranderende marktdynamiek. Yieldfund, een in Nederland gevestigd kwantitatief tradingbedrijf, biedt jaarlijkse rendementen tot 48% met wekelijkse uitkeringen. Wekelijkse uitkeringen maken het eenvoudiger om belastingreserves apart te houden en tegelijk toegang tot kapitaal te behouden.
Voor beleggers die bezorgd zijn over de impact van de hervormingen op het rente-op-rente-effect, bieden dergelijke alternatieven een fundamenteel andere benadering: de nadruk ligt op consistente gerealiseerde opbrengsten in plaats van louter langetermijnwaardegroei.
Aanpassing aan de veranderingen
De nieuwe wet zal naar verwachting binnen de EU verdere discussie uitlokken over de fiscale behandeling van beleggingen. Voor sommigen gaat belasting op ongerealiseerde winsten te ver, omdat dit liquiditeitsproblemen kan veroorzaken.
Beleggers doen er goed aan zich tijdig voor te bereiden en strategieën te heroverwegen om hun netto rendement te optimaliseren. De eerste stap is het berekenen van de effectieve belastingdruk onder het fictieve rendement (2026) versus de verwachte belasting op werkelijk rendement (2028), en de portefeuille daarop aan te passen.
Het is raadzaam om een fiscaal adviseur te raadplegen met specifieke expertise in box 3. De overgang van fictief naar werkelijk rendement kan leiden tot een eenmalige herwaardering van bezittingen, met mogelijke fictieve winsten of verliezen tot gevolg. Voor zowel beginnende als ervaren beleggers zal deze wetswijziging in de eerste maanden ongetwijfeld onzekerheid creëren.