President Donald Trump heeft opnieuw druk uitgeoefend op bondgenoten door importheffingen van 10% aan te kondigen voor landen die niet instemmen met zijn streven om Groenland te verwerven. De nieuwe tarieven zijn onder meer gericht op Nederland, samen met zeven andere landen, en vloeien voort uit spanningen over de controle over het noordpoolgebied.
Voor beleggers die de Europese markten volgen, betekent dit een nieuwe bron van volatiliteit, zeker in het licht van eerdere importheffingen van Trump, die uiteindelijk uitmondden in een akkoord tussen de VS en de EU.
De achtergrond van de ‘Groenland-tarieven’
De context van de nieuwe spanningen tussen president Trump en Nederland is weinig geruststellend, net zo min als Trumps stelling dat de Verenigde Staten worden benadeeld. De kern van het conflict ligt bij een geschil over de ‘aankoop’ van Groenland, die volgens Trump van belang is voor zowel de nationale als regionale veiligheid.
Volgens Trump starten de importheffingen op 1 februari met een tarief van 10%. Als er geen concessies worden gedaan rond Groenland, worden de tarieven per 1 juni verhoogd naar 25%.
Deze escalatie volgt op militaire oefeningen in de regio, waarbij ook de geviseerde landen betrokken waren. De Amerikaanse regering heeft deze oefeningen aangegrepen als een twistpunt. Hoewel de politieke motivatie ongebruikelijk aandoet, is de economische realiteit scherp. De tarieven vallen onder de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA), wat wijst op een verschuiving waarbij handelsbeleid steeds vaker wordt ingezet als geopolitiek drukmiddel, in plaats van louter als economisch instrument.
Druk op Nederlandse exporteurs
Voor Nederland, van oudsher een handelsland, kunnen extra importheffingen aanzienlijke economische druk veroorzaken. De Nederlandse economie is sterk verweven met – en deels afhankelijk van – internationale productieketens. Nieuwe tarieven kunnen de overheidsfinanciën onder druk zetten en extra onzekerheid creëren op de binnenlandse markten.
Ter illustratie: een prijsstijging van 15 tot 25% maakt Nederlandse producten aanzienlijk minder concurrerend ten opzichte van Amerikaanse alternatieven. Bedrijven zoals Philips, die hun winstverwachtingen al hebben bijgesteld, rekenen door de bestaande tarieven op verliezen van € 150 tot € 200 miljoen.
Als doorvoerland en toegangspoort tot Europa is Nederland extra kwetsbaar voor protectionistische maatregelen. De diepe integratie in mondiale toeleveringsketens maakt de economie gevoelig voor handelsbeperkingen.
Als de tarieven daadwerkelijk worden ingevoerd, kan dat het bredere economische vooruitzicht aantasten. Rabobank waarschuwt dat een nieuwe handelsoorlog de mondiale economische groei met 2,2% kan afremmen. Voor Nederland zou het basisscenario betekenen dat de bbp-groei vertraagt tot 1,3%, mits een tariefoorlog in 2025 van kracht wordt. In 2026 kan dit zelfs leiden tot een bbp-krimp van 0,6% en een jaarlijkse economische schade van circa € 7 miljard.
Mogelijke nieuwe afzetmarkten
Als de trans-Atlantische relaties verder aan betrouwbaarheid inboeten, wat eerder al zichtbaar werd toen de VS druk uitoefenden op de EU, kan Nederland zijn diversificatiestrategie versnellen. Het doel is de afhankelijkheid van de Verenigde Staten te verkleinen en de banden aan te halen met opkomende regio’s waar Nederlandse productie kan groeien. Denk hierbij aan Zuidoost-Azië, Zuid-Amerika en Afrika.
Hoewel de koopkracht in deze regio’s lager ligt, bieden ze wel een alternatief om economische druk vanuit de VS te beperken. Momenteel gaat meer dan 54% van de Nederlandse export naar slechts vijf handelspartners. Het verschuiven van groeiregio’s is dan ook een proces dat tijd vergt.
Een kantelpunt voor trans-Atlantische relaties
De vorige invoerheffingen tariefronde bracht de relatie tussen de VS en de EU al in een kwetsbare positie. Ook nu hebben de aangekondigde tarieven geleid tot een snelle, eensgezinde reactie vanuit Europa. Hoewel Nederland en andere Europese landen zich voorbereidden op tegenmaatregelen, temperde Trump tijdens het World Economic Forum in Davos zijn eerdere aankondiging met een toespraak waarin hij deels terugkrabbelde.
Veel Europese leiders zien deze strategie nog steeds als een onderhandelingstactiek, maar de recente escalatie heeft de EU aangezet tot het streven naar meer autonomie op het gebied van nationale en regionale veiligheid.
Door de toenemende onzekerheid en dreiging vanuit de VS overweegt de EU om het zogenoemde antidwanginstrument (ook wel: Anti-Coercion instrument (ACI)) te activeren: een handelsinstrument waarmee de EU tegenheffingen en investeringsbeperkingen kan opleggen. Voor beleggers kan deze aanhoudende onzekerheid echter leiden tot verhoogde volatiliteit op de markten.
Omgaan met volatiliteit
De invoering van deze importheffingen onderstreept dat geopolitiek risico een essentieel onderdeel is geworden van moderne beleggingsstrategieën. Hoewel de EU deze week tijdens het WEF een gezamenlijke reactie formuleerde op de Amerikaanse dreiging, die uiteindelijk wegebde, lijkt Europa tegelijkertijd op zoek te gaan naar nieuwe strategische partners in andere delen van de wereld.